Sluiten

Oktober 2008: Aan de lijn van de hond

Afgekeurde blindengeleidehonden blijken uitstekende maatjes voor autisten. Vooral kinderen leven op dankzij hun nieuwe kameraadje en boeken in sociaal opzicht snel vooruitgang. Daar heeft het hele gezin uiteindelijk baat bij. tekst Babs Assink . fotografie Patricia Schimmel

'Kusje Dobbs, geef eens een kusje.' De 6-jarige Robbert Brummel zit op de stoep voor zijn huis in een smal straatje in de binnenstad van Delft. Hij probeert de aandacht te trekken van zijn zwarte labrador, die met zijn snuit op de voorpoten ligt. Robbert trekt aan zijn oren. Zijn ogen stralen wanneer de hond opstaat en hem in het gezicht likt.De jongen slaat een arm om de hond, aait hem, geeft hem tientallen kusjes - hij is zich nauwelijks bewust van zijn omgeving. De vertedering van zijn moeder Nicoline ontgaat hem, net als de glimlach van zijn vader Peter in de deuropening.

De jonge labrador Dobbs is niet zomaar een huisdier. De hond heeft een speciale functie: die van autistengeleidehond. De hiervoor gedegen opgeleide hond is sinds een paar maanden de vaste begeleider van Robbert. De autistische jongen rende vaak de deur uit, stak ineens de straat over, zag geen gevaar. Situaties die voor veel stress zorgden bij zijn ouders Nicoline (40, beleidsadviseur) en Peter (40, milieu-inspecteur) Brummel.

Dobbs kan Robert letterlijk tegenhouden als zijn moeder hem dat commando geeft. Bovendien heeft hij een gunstige invloed op de stemming van haar zoon. 'Nu we Dobbs hebben, is Robbert veel rustiger geworden', zegt Nicoline. 'Hij flipt nog steeds weleens als de dingen anders gaan dan hij verwacht. Dan bijt en slaat hij wild om zich heen. Maar voorheen duurde zo'n driftbui langer. Nu zoekt hij troost bij Dobbs, dat helpt hem.'

Honden die blinden en slechtzienden begeleiden zijn al tientallen jaren een vertrouwd beeld op straat. Honden die autistische kinderen begeleiden, zijn een nieuw fenomeen in Nederland. Het is een initiatief van het Koninklijk Nederlands Geleidehonden Fonds (kngf), dat een jaar geleden begon met een proefproject om honden die de opleiding tot blindengeleidehond net niet haalden een andere belangrijke maatschappelijke functie te geven.

'Voorheen kwamen deze afgekeurde honden bijvoorbeeld terecht in een bejaardentehuis, waar ze oude mensen gezelschap konden houden', zegt kngf-geleidehondeninstructeur Jaap Oosterhoff.

Autismegeleidehonden, zoals het kngf ze noemt, worden voor twee belangrijke doelen ingezet. Ten eerste moeten ze de autistische kinderen buiten op straat behoeden voor gevaarlijke situaties. Daarvoor draagt de hond een speciaal tuig met een handvat. Het kind wordt door een riem om zijn middel aan het tuig van de hond gekoppeld en houdt het handvat vast. Rent het kind ineens weg, dan zet de hond zich schrap en houdt het tegen.

Een tweede doel is sociaal van aard. De hond biedt het autistische kind troost en veiligheid, waardoor het zich vaak beter voelt.

Het idee is overgewaaid uit Ierland en Canada. Daar wordt al langer gewerkt met autistengeleidehonden, met positieve resultaten: het leven van de gezinnen is met zo'n hond aanzienlijk verbeterd. De kinderen krijgen aantoonbaar minder driftbuien, gedragen zich socialer en lopen minder gevaar op straat.

'Voor autistische kinderen zijn dieren vaak ijsbrekers', zegt Marie-José Enders van de Universiteit Utrecht. Ze is klinisch- en gezondheidspsycholoog, gespecialiseerd in mens-dierrelaties. Tijdens het proefproject volgt zij de vorderingen van de zeven gezinnen die een geleidehond in huis hebben. Enders: 'Autistische kinderen hebben bijna nooit vriendjes. Als de hond in huis komt, hebben ze eindelijk ook een maatje. Een kameraad die geen partij kiest, hen opzoekt als ze zich verdrietig voelen. De kinderen voelen zich gesteund en dat werkt op een positieve manier door in hun gedrag.'

Volgens Enders zorgt de hond voor een andere dynamiek in het gezin. 'Omdat honden zorgen voor zelfvertrouwen bij kinderen, ontspannen ze zich wat meer en worden ze bijvoorbeeld minder snel boos. Daar heeft het hele gezin profijt van.'

Een beter gezinsleven, dat was precies wat Nicoline en Peter zochten toen ze zich vorig jaar opgaven voor het proefproject. Dagelijks hadden ze ingewikkelde, frustrerende momenten met hun oudste zoon. Wassen, aankleden, eten: alles verliep moeizaam, onder meer door Robberts obsessieve handelingen en driftbuien. Dat zijn kleren niet precies op volgorde lagen, netjes in mandjes gesorteerd, kon al reden zijn voor een woedeaanval; een bekend verschijnsel bij autistische kinderen die zich vasthouden aan wat voorspelbaar is. En als hij onderweg naar het medisch kinderdagverblijf niet telkens hetzelfde puzzelstukje kon vasthouden, raakte hij volledig in paniek.

Een dagje uit eindigde steevast met stress. Nicoline: 'In de dierentuin wilde Robbert dan drie uur lang naar vissen kijken. Ik werd er chagrijnig van, en Robbert kreeg de dagen erna vaak een enorme terugslag, omdat hij zo'n dag niet aankon. Dat hebben we dus al snel afgeschaft.'

Al snel draaide het gezinsleven om hun autistische kind, terwijl er ook nog een 2-jarig broertje was.

Het was er langzaam ingeslopen. Door het onvoorspelbare gedrag van Robbert kwamen ze bijna nergens meer. 'Als Robbert bedacht had dat we naar winkel A gingen en het werd onverhoeds tóch winkel B, dan ging de knop om', zegt zijn moeder. 'Dan werd hij agressief en ging gillen, bijten, spuug laten lopen, op de grond liggen. Helemaal over zijn toeren. Mensen keken mij dan afkeurend aan, zo van: wat een slecht opgevoed kind. Dat kwam hard aan.'

Het gezin bleef steeds vaker thuis. Moe van de negatieve reacties op straat, in winkels, of op feestjes. Verjaardagen werden overgeslagen, bezoekjes aan vrienden of de speeltuin werden te ingewikkeld. Nicoline: 'Robbert vond het best. Hij zat toch in zijn eigen wereld en keek televisie. Maar ik zag bijna niemand meer. Ik ontzegde me alles.'

Als een van de eerste gezinnen in Nederland kregen ze een geleidehond toegewezen. Ze hadden geluk, want er waren toen nog maar drie honden beschikbaar en niet iedereen komt in aanmerking. Het kind moet tussen
4 en 6 jaar oud zijn, en de gezinssituatie moet geschikt zijn.

Dobbs was anderhalf en wegens 'gebrek aan werklust en initiatief' ongeschikt bevonden als blindengeleidehond. 'Initiatief is essentieel als het om blinden gaat. Dat toonde hij in onze ogen niet genoeg', zegt geleidehondeninstructeur Oosterhoff. 'Maar door zijn rustige, gemoedelijke karakter vonden we hem wel geschikt als autistengeleidehond.'

Dobbs werd in vier maanden klaargestoomd voor zijn nieuwe taak. Vijf dagen per week kreeg hij twee keer per dag een half uur training. In een drukke Amsterdamse buurt, met parken, scholen en een kinderboerderij. Hij leerde gehoorzamen aan commando's als 'links', 'rechts', 'stoppen', 'lopen'. Twee keer per week werd er aandacht besteed aan het gedrag van autistische kinderen. Oosterhoff: 'Dan liepen we op straat en mijn collega speelde het kind na. Hij ging stampvoeten, krijsen, schreeuwen en huppelen terwijl hij aan de hond gekoppeld liep. Het is essentieel dat de hond dan rustig blijft.'

Na die training kreeg Dobbs ook nog een speciale cursus samen met Nicoline Brummel, die moest leren hoe zij de hond moet aansturen. Want: 'Zij geeft de commando's aan de hond, niet het kind. Ze moest leren hoe dat moet', aldus Oosterhoff.

Sinds de komst van Dobbs zijn het kind en de hond onafscheidelijk. Waar Robbert is, is Dobbs, en omgekeerd. Peter, Robberts vader: 'De hond raakt een andere snaar bij Robbert. Als hij nu boos is, zoekt hij Dobbs op. Dan gaat hij kusjes halen, of bij hem in de mand liggen. Je ziet dat hij op een bepaald moment dan weer rustig wordt.'

Volgens Enders van de Universiteit Utrecht heeft de hond in bijna alle gezinnen rust gebracht. 'Ik raak telkens weer ontroerd door wat je ziet gebeuren. De hond doorbreekt een patroon van voortdurende spanning, alleen al door aanwezig te zijn. Omdat de kinderen meer kunnen ontspannen, is er ineens ruimte om iets te leren.Een moeder vertelde me dat haar kind van 5, die nog nooit een woord gesproken had, ineens praat sinds de hond er is.'

Een andere moeder, aldus de klinisch psycholoog, was opgevallen dat ze sinds de komst van de hond voor het eerst in jaren eens echt met haar zoon had gelachen. 'Dat is het bijzondere van dit project. Er zijn minder woedeaanvallen. De kinderen zitten beter in hun vel.'

Als een geschenk uit de hemel, zo voelt de komst van Dobbs voor het gezin Brummel. Er kwam ruimte, energie, licht aan de horizon. Garanties dat het zou gaan werken hadden ze niet. Dus dat het zó goed zou gaan, hadden Nicoline en Peter niet verwacht. 'Robbert laat zijn puzzels zien aan Dobbs, danst met hem in de woonkamer. Hij is minder vaak boos. En buiten kijkt hij voor het eerst van zijn leven rustig om zich heen omdat hij geleid wordt door de hond.' Volgens Nicoline is haar zoon een ander kind wanneer hij aan Dobbs gekoppeld loopt. 'Hij hoeft niet alles aan te raken, of overal aan te ruiken. Hij is minder overgevoelig voor harde geluiden.' Zelf werd ze ook minder onzeker. 'Ik was altijd gespannen op straat, altijd bezig om Robbert te behoeden voor gevaar. Met Dobbs erbij durf ik er weer op uit.'

Het is een bijzondere dag voor het gezin. Voor het eerst in jaren durft het echtpaar het weer aan, een dagje uit. Robbert weet al drie maanden dat ze deze woensdag naar Madurodam zullen gaan en dat hij dan Bert en Ernie van Sesamstraat zal zien.

In de kleine woonkamer staat een grote kast met dvd's. Robbert kijkt televisie, languit liggend in zijn zitzak. Dobbs ligt naast hem. 'Ga je zo mee naar de kleine huisjes?', vraagt zijn moeder aan haar zoon. Ze zit op ooghoogte voor hem en praat in gebarentaal. Robbert knikt even, maar zijn ogen gaan onmiddellijk weer naar het televisiescherm.

Nicoline doet de hond zijn 'werkkleding' aan; het tuigje met de riem en het handvat. Geduldig wacht de hond tot alles vastzit. Nicoline: 'Zodra Dobbs dit tuigje aanheeft, weet hij dat hij aan het werk moet. Dan is hij geconcentreerder en serieuzer.' Ze doet Robbert de riem om zijn middel en maakt die vast aan Dobbs.

In Madurodam staart de 6-jarige jongen een uur later gebiologeerd naar het levensgrote hoofd van Elmo, ook een bewoner van Sesamstraat. Daar wil hij naartoe. Zijn moeder spreekt, gebaart, dat er een voorstelling zal zijn, maar dat het nog even gaat duren. Robberts gezicht betrekt, maar Nicoline leidt hem onmiddellijk af en geeft Dobbs een teken dat hij moet gaan lopen. De hond doet meteen wat er van hem gevraagd wordt en Robbert wordt min of meer meegetrokken.

De familie geniet zichtbaar: Robbert van alles wat hij om zich heen ziet, zijn ouders van het feit dat ze - met hulp van de hond - weer onder de mensen zijn en met hun kind dingen ontdekken die voor anderen zo gewoon zijn.

Zijn moeder is ontroerd, maar laat dat niet merken. Al jaren is ze intensief bezig met het autisme van haar kind, om te zorgen dat hij met kleine stapjes vooruit gaat. Uren stak ze samen met hulpverleners en leerkrachten in muziektherapie, fysiotherapie, zwemles en een speciale school voor leerlingen met een spraakachterstand. Tot nu toe werkt op het sociale vlak niets zo goed als Dobbs.

Wanneer Robberts ouders na een tijd ergens anders willen gaan kijken, wordt het even spannend. Robbert begint met hoge stem te gillen, te huilen en te stampvoeten. Nicoline legt in gebarentaal uit dat ze zo weer terug zullen komen, maar haar zoon wil daar niets van weten. Zijn moeder herhaalt stoïcijns dezelfde zinnen, keer op keer. En zegt dan: 'Kom Dobbs, vooraan.' De hond begint onmiddellijk te lopen. Robbert sloft er snikkend achteraan. Wanneer zijn vader hem buiten wijst op een kleine draaimolen, lacht hij al snel weer.

Peter: 'Dit paste even niet in zijn patroon, maar omdat zijn kameraad Dobbs doorloopt, gaat hij ook mee, zonder écht boos te worden. Hij kreeg de kans niet om het te laten uitgroeien tot iets groots.'

'Een hond krijgt dingen soms inderdaad beter voor elkaar dan de ouders', beaamt klinisch psycholoog Enders. 'Honden kiezen geen partij, maar bieden troost. Dat werkt.' Ze krijgt van alle ouders die deelnemen aan het project te horen dat hun kinderen, als ze aan de hond gekoppeld lopen, minder last hebben van heftige ontladingen.

Een paar weken na de bijzondere dag in Madurodam krijgt het gezin slecht nieuws. Hun jongste zoon Ewoud is ook onderzocht op autisme en wat ze diep in hun hart al een tijd vermoedden, wordt bewaarheid. Ook hij blijkt autistisch.

Voor Ewoud, net 3, is de zwarte labrador inmiddels ook belangrijk. 'Soms zitten de kinderen elkaar in de weg. Dan hebben ze last van elkaars geluiden. Ewoud zoekt dan ook troost bij Dobbs. En 's avonds drinkt hij zijn fles yoghurtdrank terwijl hij tegen de hond aanligt.'

Soms, als Robbert op school is, koppelt Nicoline ook haar jongste zoon aan de hond als ze naar buiten gaan. 'Dat gaat goed. Bij hem werkt het ook.' Voor Nicoline en Peter, die altijd met hun kinderen bezig zijn, is de hond ook een uitkomst. Lieten ze elkaar voorheen niet graag alleen met de kinderen, inmiddels moet dat wel, om Dobbs uit te laten. Nicoline: 'Ik gunde mezelf die momenten niet meer. Nu wel. Even geen kinderen. Met een hond die wél goed luistert en begrijpt wat ik van hem vraag. Tijdens zo'n wandeling tank ik echt even bij.'

En Peter: 'Lekker even de wind door de haren, even alleen buiten zijn. Zo maakt de hond ons allemaal wat meer ontspannen. Dobbs is voor ons echt een supercadeau.'